Deze website maakt gebruik van cookies. Klik hier voor meer informatie.

Terug

Is er een vordering op nog niet uitgekeerd pensioen overledene?

N. Molijn

11-05-2012 | 16:47

 

Situatie is deze. Een pensioenfonds is op 31 mei 2011 bij arrest van gerechtshof Amsterdam gehouden om een per 1/1/2007 ingestelde korting op de jaarlijkse toeslag alsnog uit te keren. Het fonds heeft dat ook gedaan, naar de belanghebbenden, aan het eind van 2011. Echter voor tussen 1/1/2007 en 31/5/2011 overleden belanghebbenden wordt hierop een uitzondering gemaakt. De nabestaanden kunnen derhalve fluiten naar  deze compensatie over het pensioen van de overledene. Was de persoon na 31/5/2011 overleden dan is er wel een aanspraak, volgens het fonds.

 

Het fonds hanteert deze redenering: 

 

De nabestaande van een gepensioneerde kan, indien de gepensioneerde VOOR de datum van het arrest overlijdt, op grond van het arrest, geen correctie op het ouderdomspensioen meer vorderen. De (ouderdoms)uitkering is een hoogstpersoonlijk recht dat niet overgaat op de nabestaande. Derhalve ook niet een eventuele correctie op dat ouderdomspensioen.

De situatie is anders als de gepensioneerde overlijdt NA de datum van het arrest. De uitvoering van het arrest kan namelijk theoretisch direct na het moment van de uitspraak plaatsvinden en omdat de betrokkene op dat moment nog in leven is, wordt het ouderdomspensioen in dat geval wel nog gecorrigeerd.

 

Mijn vraag is of dit klopt met het huidige erfrecht. Voor met name een nagelaten partner kan dit heel zuur uitpakken afhankelijk van datum van overlijden van de belanghebbende.


  

1 Antwoord

Antwoord van Rang Notariskantoor D L
14-05-2012 | 12:12

Met het overlijden gaan alle voor overgang vatbare rechten over op de erfgenamen (art. 4:182 BW). Het fonds stelt dat de uitkering een hoogst persoonlijk recht is en dus niet vatbaar is voor overgang. Ik kan dat als notaris niet beoordelen, maar het lijkt mij betwistbaar. Ik las op rechtspraak.nl het arrest van HR 05-09-2008, waarin de PG concludeert:

"Een recht heeft een hoogst persoonlijk karakter indien het zo nauw de persoon van de gerechtigde raakt, dat uitsluitend aan hem het oordeel behoort te verblijven, of en in hoeverre hij daarvan gebruik zal maken of daarover zal beschikken. In het arrest HR 30 mei 1997, NJ 1997, 573 heeft Uw Raad bepaald dat een pensioenrecht in de zin van de Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling (in het vervolg WVDBPR) niet door de curator van de gewezen deelnemer in de pensioenregeling kan worden afgekocht, ook al had de deelnemer zelf wel het recht van afkoop. (...) Individueel opgebouwde pensioenrechten -over dat soort rechten gaat het arrest uit 1997 niet- kunnen -zo zou ik menen- heel wel een hoogst persoonlijk karakter hebben, voor zover deze vergelijkbaar zijn met een collectief opgebouwd pensioen.

Dat betekent dat individueel opgebouwde pensioenen niet altijd hoogst persoonlijke rechten hoeven te zijn."

 

Er kan dus allereerst een onderscheid worden gemaakt in verschillende soorten pensioenen en deze zijn niet alle hoogst persoonlijk. Ten tweede ging het steeds om de vraag: kan een curator een pensioenrecht afkopen? Bij een hoogst persoonlijk recht verzet dit karakter zich tegen afkoop. Of iemand gebruik wil maken van afkoop van pensioenrechten zit, als het hoogst persoonlijk is, zozeer aan de persoon vast, dat alleen die persoon dit kan vragen. Of het recht om pensioen te ontvangen in overeenstemming met de pensioenregeling ook een hoogst persoonlijk recht zou zijn, lijkt mij hiermee niet gegeven en zeker niet dat dit recht niet vatbaar zou zijn voor overgang. Of hierover uitspraken zijn, is mij niet bekend.

 

Belangrijker lijkt mij echter de redenering van het fonds dat de erfgenamen geen correctie op het pensioen kan vorderen. Dit lijkt mij, in alle bescheidenheid en met alle slagen om de arm, vooralsnog een betwijfelbare redenering. De rechter heeft in uw uitspraak onder meer het navolgende vonnis gewezen:

"veroordeelt SPIN met ingang van 1 juni 2006 jaarlijks op de pensioenrechten/aanspraken van ieder van [geïntimeerde sub 2 c.s.] en van ieder van de overige gewezen deelnemers die op 31 december 1995 hetzij reeds waren gepensioneerd hetzij als slaper over een premievrij gemaakte polis beschikten en die per 1 januari 1996 hun pensioenrechten/aanspraken hebben overgedragen aan SPIN, artikel 11.6 van het Pensioenreglement 1996 toe te passen;"

 

Het lijkt mij dat hiermee ook de pensioenregeling van de overledene is bedoeld, zodat hiervoor geen vordering nodig is. Hierdoor had de overledene een geldvordering op het fonds. Een geldvordering is niet hoogst persoonlijk en vatbaar voor overgang. In deze redenering zouden de erfgenamen dus hetgeen het fonds te weinig heeft betaald, alsnog kunnen vorderen.

 

Ik begon mijn commentaar met een waarschuwing: ik ben als notaris geen specialist op het gebied van pensioenrecht. Verder heb ik geen uitgebreide studie gedaan van de casus, maar geef alleen een voorzichtige juridische opinie op grond van de feiten, die een basis zou kunnen zijn voor verdere stappen. Een advocaat zou u verder kunnen informeren, bijvoorbeeld de advocaat die de deelnemers hebben bijgestaan in hun vordering tegen het pensioenfonds.

 

Dirk Rang